17 mei 2026 – Analyse van de collegebrief van 15 mei 2026
Op 4 mei 2026 hebben Coöperatie Herenboeren Heemstede, Stichting Sportpark HBC, Hoeve Nijverdal en Les Petits gezamenlijk een brief aan het college gestuurd, met het rapport “Participatieproces ‘t Groot Clooster onder de loep”. In dat rapport toetsen genoemde partijen het lopende participatieproces langs vier onafhankelijke assen: het raadsbesluit van 27 november 2025, het gemeentelijke participatiebeleid, de wettelijke kaders en de eigen toezeggingen van het college. Op alle vier de assen luidt de conclusie hetzelfde: het proces voldoet niet.
Op 15 mei 2026 ontvingen wij de reactie van het college. Hieronder onze analyse – feitelijk waar het gaat om wat er staat, scherp waar het gaat om wat er niet staat.
Het college zegt het ene, maar doet het andere
-
Binnen drie dagen na ontvangst van onze brief en het rapport – in het raadsdebat van 7 mei – heeft het college al publiekelijk de conclusie getrokken dat er geen aanleiding was om het participatieproces op te schorten, zonder ook maar één van onze inhoudelijke punten te weerleggen. Dat is geen zorgvuldige weging maar een politiek standpunt dat vóór de inhoudelijke beoordeling al vaststond.
-
In de brief van 15 mei reduceert het college vervolgens onze gedocumenteerde kritiek tot “zorgen, ervaringen en aanbevelingen”. Wat wij hebben ingediend is een 28 pagina’s tellend analyserapport met concrete toetsingen aan het raadsbesluit, de verordening en het beleid. Door het te framen als “ervaringen” wordt de kritiek gedegradeerd tot iets subjectiefs, iets gevoelsmatigs – en daarmee weerlegbaar zonder argumenten.
-
In diezelfde brief schrijft het college: “Wij vinden het belangrijk om zorgvuldig om te gaan met de inhoud van uw brief en de signalen die u afgeeft. Dat vraagt om aandacht, afstemming en ruimte voor een open gesprek met elkaar.” Deze zin staat haaks op de feitelijke handelwijze. Wie zorgvuldig wil omgaan met fundamentele kritiek, trekt niet binnen drie dagen publiekelijk de conclusie dat er niets aan de hand is. De woorden in de brief en het handelen van het college spreken elkaar tegen.
Het college beweegt niet op het kernverzoek
-
Het college honoreert het verzoek tot opschorting niet en kiest voor procedurele afhandeling in plaats van inhoudelijke beweging. De kernzin “hoeven daarom niet worden onderbroken” maakt duidelijk dat het college het probleem dat wij agenderen niet erkent als een probleem dat een pauze rechtvaardigt.
-
Het college kadert het hele vervolg expliciet binnen “het besluit van de gemeenteraad van 27 november over fase 2”. Ruimte voor gesprek wordt aangeboden, maar uitsluitend binnen kaders die volgens onze analyse niet kloppen met datzelfde raadsbesluit. Daarmee wordt elke ruimte voor herijking op voorhand begrensd.
Wat het college zelf erkent
-
De gemeente erkent dat uitnodigingsbrieven niet bezorgd zijn door een “omissie bij de verzendleverancier”.Dit ondergraaft het narratief dat de gemeente goed gecommuniceerd zou hebben en bevestigt onze kernkritiek op het uitvoeringsniveau van de participatie. Dit is bovendien een feitelijk vastgelegde fout, geen interpretatie.
-
Het college erkent dat er “een aantal maanden” weinig communicatie is geweest sinds 27 november 2025.Daarmee bevestigt zij feitelijk de kritiek dat de procesafspraken uit het overleg van 4 februari 2026 met HBH niet zijn nagekomen, en dat ook met HBC na medio februari 2026 geen verder overleg meer is geweest. De brieven van HBH van 16 februari en 3 maart 2026 zijn onbeantwoord gebleven.
-
Het college citeert het amendement van 27 november 2025 letterlijk, inclusief de bepaling dat “doelen, functies en bestaande rechten van partijen in het gebied worden gerespecteerd en zij nadrukkelijk meebeslissen over hun toekomst in het gebied”. Daarmee bevestigt het college zelf de norm waaraan het toetsbaar is. Dat is precies de norm waarvan wij aantonen dat zij geschonden wordt.
Wat het college niet beantwoordt
-
De kernconstatering dat partijen in het gebied worden ingedeeld als ‘geraadpleegd’ in plaats van ‘meebeslissend’ wordt niet weerlegd, maar doorgeschoven naar een vervolggesprek. Het college schrijft enkel dat dit “besproken is op 11 mei” en in een volgend gesprek “verder besproken” wordt. Dat is geen antwoord op de inhoud van het bezwaar maar een procesvertraging.
-
Op de juridische en feitelijke onderbouwing in het rapport “Participatieproces onder de loep” wordt nergens inhoudelijk gereageerd. De gemeente reageert procedureel op de brief, maar laat het rapport ongemoeid. Daarmee blijft de analyse als zodanig onweersproken in het publieke en politieke domein.
-
Het college betwist het verslag van 11 mei als “eenzijdig opgesteld”, maar levert geen tekstuele correcties.Wij hebben in de aanbiedingsbrief van 13 mei expliciet uitgenodigd tot aanvullingen of correcties binnen twee weken. In plaats daarvan kiest het college voor een algemene diskwalificatie zonder concrete punten te benoemen. Dat is niet hoe je over een verslag in gesprek gaat; dat is hoe je een verslag politiek probeert te neutraliseren.
Het narratief dat het college probeert te vestigen
-
Door de kritiek te reduceren tot “zorgen, ervaringen en aanbevelingen” wordt onze positie subjectief gemaakt en daarmee weerlegbaar zonder argumenten. Dit is een klassieke retorische ingreep: feitelijke kritiek herschrijven als persoonlijke beleving en vervolgens met “begrip” en “aandacht” beantwoorden in plaats van met inhoudelijke weerlegging.
-
De vragenlijst wordt herframed als “participatie-instrument, niet als wetenschappelijk of representatief onderzoek”. Dat is op zichzelf juist, maar het ontwijkt onze kernkritiek: een instrument dat vier bestaande, functionerende organisaties onzichtbaar maakt, stuurt de uitkomsten van het participatieproces in een richting die niet overeenstemt met de feitelijke situatie in het gebied. Dat is geen ophalen van ideeën, maar sturen onder de noemer van participatie.
-
De suggestie dat “heldere afspraken over de structuur kunnen bijdragen aan meer vertrouwen in de uitwerking” plaatst het vertrouwensprobleem subtiel bij ons. De insinuatie is dat ons wantrouwen aan structuurgebrek ligt, en niet aan inhoudelijke en procedurele tekortkomingen van de gemeente. Dat keert oorzaak en gevolg om.
-
Het college verlegt het gesprek van procesintegriteit naar gespreksagenda. De vier voorgestelde agendapunten (communicatie, participatie, inhoudelijke gesprekken, planning) klinken redelijk, maar verleggen de vraag van “klopt het proces wel?” naar “hoe gaan we binnen dit proces verder praten?”. Dat is depolitisering van een politiek probleem.
Onze positie en hoe wij verder gaan
-
De raad is en blijft het beslissende gremium. Het college bevestigt zelf dat onze brief is opgenomen op de lijst van ingekomen stukken van 7 mei en dat de raad inmiddels over onze brief heeft gesproken. Het dossier ligt dus politiek op tafel.
-
Het ongebruikte amendement is onze juridisch-politieke hefboom. Zolang “meebeslissen” niet operationeel is gemaakt en partijen in de praktijk worden behandeld als “geraadpleegd”, staat het college op gespannen voet met het raadsbesluit van 27 november 2025. De raad hebben we hierop expliciet aangesproken.
-
Onze deelname aan het lopende proces blijft onder voorbehoud. Wij hebben in onze brief van 4 mei expliciet gesteld dat eventuele deelname niet kan worden opgevat als erkenning van de legitimiteit van de huidige procesopzet. Dat voorbehoud blijft onverkort gelden, ook nu het college het verzoek tot opschorting heeft afgewezen.
-
Wij blijven open voor inhoudelijk gesprek, maar niet onder elke voorwaarde. Een gesprek dat enkel binnen de kaders van het lopende proces gevoerd mag worden, terwijl die kaders zelf de inzet van onze kritiek zijn, is geen gesprek. Het is een uitnodiging om mee te werken aan onze eigen marginalisering.
-
De feitelijke onderbouwing van onze analyse is tot op heden niet weerlegd. Niet door het college in de brief van 15 mei, niet in het gesprek van 11 mei, en niet in het raadsdebat van 7 mei. Zolang die weerlegging uitblijft, staat onze analyse – en daarmee de toetsing aan het door de raad vastgestelde kader – recht overeind.
Brief van het college van 15 mei.