|
Het bodemleven als graadmeter
Eén keer per kwartaal onderzoekt Team Natuur het bodemleven op onze boerderij. Op tien locaties – elke keer dezelfde – zetten we de schop in de grond en pluizen een kluit van 30x30x30 centimeter nauwkeurig uit. We vinden vooral regenwormen, maar ook kevers en larven, slangmiljoenpoten en duizendpoten, naaktslakken en springstaarten, ritnaalden en pissebedden, wolfspinnen en emelten, en levende wezentjes die we kwalificeren als UCO’s (Unidentified Crawling Objects).
De (hermafrodiete) regenworm is een zeer belangrijke bodemverbeteraar. Deze ‘ingenieur van de bodem’ breekt dood plantmateriaal af, graaft tunnels waardoor de grond beter wordt belucht en bewaterd, en hij poept een soort humus uit. Zo ontstaat een sterke bodemstructuur met een stabiele koolstofopslag, een hoger mineraalgehalte en een betere aarding van wortels. Deze kruiper levert dus niet alleen een cruciale bijdrage aan de bodembiodiversiteit, maar indirect ook aan onze oogst.
Door periodiek te monitoren willen we ontdekken hoe we de bodem kunnen verbeteren. Volgens de Universiteit Wageningen moeten we dit onderzoek minimaal vijf jaar structureel doen om conclusies te kunnen trekken en gerichte verbeterstappen te kunnen zetten. We zijn nu drie jaar bezig en kunnen inderdaad nog niet echt zeggen of de kwaliteit van onze grond verbetert. Bij de monitoring van vorige week telden we 134 wormen in totaal. Dat is net geen all time high. Opvallend genoeg verschilt de score per locatie bij elke meting sterk (ten opzichte van elkaar én ten opzichte van eerdere resultaten). Conclusies trekken is inderdaad nog lastig. Maar op termijn gaat deze monitoring ons hopelijk veel inzicht bieden. Wil je een keer meedoen met een onderzoek (duur ongeveer twee uur), meld je dan bij Team Natuur. |