
πΏ Lente
Lauwwarme witlof met raapsteeltjes en honing-mosterd
Gebakken witlof met een goudbruin randje, gecombineerd met frisse raapsteeltjes in een
scherpe mosterddressing. Een eenvoudig, seizoensgebonden gerecht dat het beste haalt
uit de bitterheid van witlof en de frisse pit van de raapsteeltjes van onze boerderij.
IngrediΓ«nten
- 3β4 stronken witlof
- 1 middelgrote bos raapsteeltjes
- 1Β½ el olijfolie
- ΒΎ tl honing
- ΒΎ tl mosterd
- 2 tl appelazijn of witte wijnazijn
- Peper & zout
- Optioneel: klein klontje boter voor extra smaak
πΏ Kruiden uit onze tuin
- Bieslook (erg passend)
- Peterselie
- Tijm (mee bakken met witlof)
Bereiding
Witlof voorbereiden
Halveer de witlofstronken in de lengte. Snijd eventueel de harde kern aan de
onderkant iets in zodat de hitte gelijkmatig kan doordringen.
Bakken
Verhit de olijfolie in een koekenpan op middelhoog vuur β voeg eventueel een klontje
boter toe voor extra smaak. Leg de witlof met de snijkant naar beneden in de pan.
Bak rustig tot mooi goudbruin; dit karameliseren tempert de bitterheid en geeft
juist een mooie zoete tegenhanger.
Witlof afmaken
Draai de witlof om en bak nog kort aan de andere kant. Voeg de honing toe en laat
dit licht karamelliseren. Breng op smaak met vers gemalen peper en zout.
Dressing maken
Meng in een kommetje de mosterd met de appelazijn of witte wijnazijn en het restje
olijfolie tot een gladde, scherpe dressing.
Raapsteeltjes dresseren
Meng de raapsteeltjes rauw door de dressing zodat ze licht bedekt zijn maar nog
fris en knapperig blijven.
Serveren
Leg de warme, goudbruine witlof op het bord. Verdeel de frisse raapsteeltjes
erover. Garneer met fijngesneden bieslook en eventueel wat extra peterselie.
Tips van de boerderij
Hoe langer je de witlof met rust laat tijdens het bakken, hoe mooier de goudbruine
korst. Raapsteeltjes zijn heel delicaat β voeg de dressing pas vlak voor het serveren
toe zodat ze niet slaphangerig worden. Een scheutje extra azijn op het bord geeft nog
meer frisheid tegenover de zoete witlof.