Een eenvoudig en tijdloos gerecht uit de 18e eeuw: knolselderij gestoofd met boter, room en nootmuskaat. De smaak is zacht en romig, met dat kenmerkende vleugje kruidigheid van vroeger. Perfect als bijgerecht of juist als hoofdrolspeler op een winterse dag. Een eerbetoon aan de Hollandse keuken van rond 1760.
Ingredienten
- 1 middelgrote knolselderij
- 30 g boter
- 100 ml room (of melk)
- Snufje zout
- Snufje witte peper
- Mespunt nootmuskaat (heel belangrijk in de 18e eeuw!)
- Eventueel: wat citroensap of azijn om de kleur licht te houden
Bereidingswijze
1
Knolselderij schoonmaken
Schil de knolselderij en snijd hem in plakken of blokjes.
Schil de knolselderij en snijd hem in plakken of blokjes.
2
Koken
Kook de stukken 10–15 minuten in licht gezouten water met een scheutje azijn of citroensap. Giet af.
Kook de stukken 10–15 minuten in licht gezouten water met een scheutje azijn of citroensap. Giet af.
3
Stoven
Smelt de boter in een pan, voeg de knolselderij toe en stoof zachtjes 5 minuten.
Smelt de boter in een pan, voeg de knolselderij toe en stoof zachtjes 5 minuten.
4
Saus maken
Voeg de room, peper en nootmuskaat toe. Laat nog 5–10 minuten sudderen tot de saus iets indikt.
Voeg de room, peper en nootmuskaat toe. Laat nog 5–10 minuten sudderen tot de saus iets indikt.
5
Serveren
Serveer als warme groente bij vlees of, zoals men toen deed, als zelfstandige “schotelgroente” met brood of aardappelen.
Serveer als warme groente bij vlees of, zoals men toen deed, als zelfstandige “schotelgroente” met brood of aardappelen.
Kruiden
🌿
Kruiden uit onze tuin
- Tijm – maakt het gerecht geuriger
- Laurier – geeft een warme, kruidige toon
- Lavas – versterkt de hartige smaak
- Peterselie – voor een frisse afwerking