Yacón komt uit het Quechua, de taal van de Inca’s. Het woord betekent letterlijk: “Waterwortel” of “waterknol”. Dat verwijst naar hoe sappig de knol is — hij bestaat voor een groot deel uit water en heeft een frisse, bijna dorstlessende bite. Dus: yacón = water(ige) wortel/knol.
Wat is yacon precies?
Yacon is een knapperige, zoete wortelknol die oorspronkelijk uit de Andes (Peru en Bolivia) komt. Hij lijkt qua uiterlijk op een zoete aardappel, maar smaakt heel anders: fris, lichtzoet en sappig, bijna zoals een kruising tussen appel, peer en watermeloen.
Yacon in Nederland
De yacón is voor Nederland eigenlijk helemaal geen nieuwkomer meer, al voelt het misschien zo. Al in de jaren rond 2010 doken de eerste enthousiaste moestuinders op die met deze sappige Zuid-Amerikaanse knol gingen experimenteren. Ze haalden plantjes via-via binnen, deelden stekken en ontdekten dat yacón verrassend goed gedijt in ons klimaat.
Niet veel later begonnen ook enkele biologische tuinderijen ermee te werken. In artikelen werd dan voorzichtig gesproken over “een paar jaar geleden geïntroduceerd”, alsof het nog een beetje een geheim groenteproject was dat langzaam groter werd.
Toch was Europa al veel eerder met yacón in aanraking gekomen: in sommige landen werd hij al voor 2000 getest, en in Italië zelfs al in 1927, toen onderzoekers voor het eerst proeven deden met de teelt.
Zo groeide yacón langzaam van een nieuwsgierig probeersel uit de Andes uit tot een vaste gast in Nederlandse moestuinen en biologische winkels — zonder dat iemand precies kan aanwijzen wanneer hij nou écht zijn entree maakte. En misschien is dat wel juist passend voor een knol die zo fris en licht voelt: hij is er opeens gewoon, alsof hij altijd al bij ons hoorde.